Oefeningen
De onderstaande oefeningen zijn niet het werk van onze hand.
Bij deze danken wij alle IT-ers die deze oefeningen samengesteld hebben.
Wij kunnen u dan echter ook GEEN ondersteuning geven bij deze pagina's
(indien vb het spel niet meer correct functioneert, links verbroken zijn...)
Kleuters 1ste lj. 2de lj. 3de lj. 4de lj. 5de lj. 6de lj.
1. Welke blokken horen samen?
2. Welke blokken horen samen?
3. Welke blokken horen samen?
4. Welke blokken horen samen?
5. Welke blokken horen samen?
6. Welke blokken horen samen?
7. Welke blokken horen samen?
8. Welke blokken horen samen?
9. Welke blokken horen samen?
10. Welke blokken horen samen?
Taalbeschouwing
- Woorden zoeken
- Zet de goede zin naast het plaatje
- Wat past in de zin?
- Zoek het passende staartje
- Zet de zinnen bij de plaatjes
- Zoek het juiste stukje
- Feest in huis (begrijpend lezen)
- Kerstwoorden
- Rijmen
- Zoek de passende hoofdletter
- Kies een woord met de passende hoofdletter
- Soep van prei maken
- Korte woordjes herkennen(begrijpend lezen)
- Twee woorden in een
- Tegenstellingen oefening 1
- Tegenstellingen oefening 2
- Zoek het passende woord
- Welk woord ontbreekt
- Schuif de letters op de juiste plaats
Schrijven
- Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
- Maan-roos-vis
- Oefening op b, p en d
- Kies het juiste woord met -ei of -ij
- d of t?
WISKUNDE
Bewerkingen
- Splitsen van de getallen 3 en 4
- Splitsen van de getallen 5
- Splits het getal 6
- Splits het getal 7
- Splits het getal 8
- Splits het getal 9
- Splits het getal 10
- Splits het getal 8, 9 en 10
- Optellen en aftrekken tot 7 oefening 1
- Optellen en aftrekken tot 7 oefening 2
- Maak de som tot 7
- Bewerkingen tot 8
- Maak de som
- Groter dan of kleiner dan
- Getalbeelden oefening 1
- Getalbeelden oefening 2
Metend rekenen
WERELDORIËNTATIE
- Op de boerderij
- Sleep de juiste plantennaam naast het plaatje
- Sleep de juiste naam van de boom naast het plaatje
- Kloklezen
TAAL
Schrijven
- Woorden met ch en au
- Meervouden: s wordt z
- Doe-woorden
- Oefeningen op b, p en d
- Eenvoudige woorden met -aai -ooi -oei
- Eenvoudige woorden met sch-
- Eenvoudige woorden met -ng -nk
- Woorden met voorvoegsel -ge -be -ver
- Woorden met -ei -ij
- Woorden met -ou -au oefening 1
- Woorden met -ou -au oefening 2
- Woorden met v- vooraan
- Woorden met z- vooraan
- Woorden eindigend op -d -b -g
- Woorden met open lettergreep (a of aa - o of oo - e of ee)
- Woorden met gesloten lettergreep
- Gemengde reeks open en gesloten lettergreep
- Gemengde reeks open en gesloten lettergreep
- Hoofdletters
Luisteren
Taalbeschouwing
WISKUNDE
Bewerkingen
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 zonder brug (T+E) oefening 1
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 zonder brug (T+E) oefening 2
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 zonder brug (T+E) oefening 3
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 (T+T+T) oefening 1
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 (T+T+T) oefening 2
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 (T+T) oefening 1
- Hoofdrekenen tot 100, optellen tot 100 (T+T) oefening 2
Metend rekenen
WERELDORIËNTATIE
Ruimte
Natuur
- De lente: Welke bloem is het? oefening 1
- De lente: Welke bloem is het? oefening 2
- De dagen van de week
- De vier seizoenen
- Volgorde van de seizoenen
- In het bos
- Dierengeluiden oefening 1
- Dierengeluiden oefening 2
- Vul het dier in
- Welk dier is het?
Tijd
SOCIALE VAARDIGHEDEN
TAAL
Taalbeschouwing
- Wat is het tegengestelde van ...?
- Welke woorden horen bij elkaar?
- Vul een passen woord in oefening 1
- Vul een passen woord in oefening 2
- Vul een passen woord in oefening 3
- Kies het juiste invulwoord uit de lijst oefening 1
- Kies het juiste invulwoord uit de lijst oefening 2
- Kies het juiste invulwoord uit de lijst oefening 3
- Kies het juiste invulwoord uit de lijst oefening 4
- Alfabetisch rangschikken
- Alfabetisch rangschikken eten
- Alfabetisch rangschikken dieren
- Tegengestelden
- Sprookjes herstellen
- Zintuigen
- Een deel van het geheel
- Kruiswoordraadsel 1
- Kruiswoordraadsel 2
Schrijven
- b of d oefening 1
- b of d oefening 2
- b of d oefening 3
- banaanwoorden oefening 1
- banaanwoorden oefening 2
- banaanwoorden oefening 3
- d of t oefening 1
- d of t oefening 2
- d of t oefening 3
- d of t oefening 4
- d of t oefening 5
- ei of ij oefening 1
- ei of ij oefening 2
- g of ch oefening 1
- g of ch oefening 2
- au of ou
- Spellingquiz
- Verenkelen of verdubbelen oefening 1
- Verenkelen of verdubbelen oefening 2
- Verenkelen of verdubbelen oefening 3
- Verenkelen of verdubbelen oefening 4
- Verenkelen of verdubbelen oefening 5
- Verenkelen of verdubbelen oefening 6
- Verenkelen of verdubbelen oefening 7
- Verenkelen of verdubbelen oefening 8
- Verenkelen of verdubbelen oefening 9
- Verenkelen of verdubbelen oefening 10
- vr of wr
- Letters aanvullen hoofdletters, o, t, d
WISKUNDE
Bewerkingen
- + en - tot 100 (met brug)
- + en - tot 100 (zonder brug)
- + en - tot 100 (met haakjes)
- Tafels (rekentaal)
- Tafels (met haakjes)
- Deeltafels (rekentaal)
- Rekenen tot 1000 (D en H)
- Rekenen tot 1000 (D, H en T)
- Rekenen tot 1000 (D, H, T en E)
- Rekenverhaaltjes tot 100
Getallenkennis
- H, T en E oefening 1
- H, T en E oefening 1
- Rekentaal tot 100
- Rekentaal tot 1000
- De helft, het dubbel
- Tel met sprongen
- Getallen
Metend rekenen
- Gewicht
- Inhoud
- Lengte
- Tijd
- Gepast betalen (gehele getallen)
- Gepast betalen (met centen)
- Gepast betalen (decimale getallen)
- Spaarpot (gehele getallen)
- Spaarpot (met centen)
- Spaarpot (decimale getallen)
- Teruggeven (zonder centen)
- Teruggeven (met centen)
- Wisselgeld (zonder centen)
- Wisselgeld (met centen)
WERELDORIËNTATIE
Natuur
- De lente: Welke bloem is het?
- Bomen
- Dierenquiz 1
- Dierenquiz 2
- Dierweetjes oefening 1
- Dierweetjes oefening 2
Tijd
Piramide
TAAL
Taalbeschouwing
- Alfabetisch rangschikken oefening 1
- Alfabetisch rangschikken oefening 2
- Alfabetisch rangschikken oefening 3
- Alfabetisch rangschikken oefening 4
- Spreekwoorden oefening 1
- Spreekwoorden oefening 2
- Spreekwoorden oefening 3
- De kranten
- Beroepen uit de medische wereld
- Woordenzoeker
- Maak een zin
- Reclame in allerlei vormen
- Samenstellingen oefening 1
- Synoniemen en zegswijzen
- Zegswijzen (geld)
- Taalschat oefening
- Werkwoorden: noemvorm, stam en persoonsvorm oefening 1
- Werkwoorden: noemvorm, stam en persoonsvorm oefening 2
Schrijven
- Woorden met au oefening 1
- Woorden met au oefening 2
- Woorden met au of ou oefening 1
- Woorden met au of ou oefening 2
- Woorden met au of ou oefening 2
- Woorden met ch of g oefening 1
- Woorden met ch of g oefening 2
- Woorden met c of k oefening 1
- Woorden met c of k oefening 2
- Woorden met -ig en -lijk
- Lettergrepen
- De noemvorm of infinitief
- Werkwoorden: de stam
- Werkwoorden: de tegenwoordige tijd
- Werkwoorden: de verleden tijd
- Voltooid deelwoord oefening 1
- Voltooid deelwoord oefening 2
- Woorden eindigen met d of t oefening 1
- Woorden eindigen met d of t oefening 2
- Woorden eindigen met d of t oefening 3
- Woorden eindigen met d of t oefening 4
- Woorden eindigen met d of t oefening 5
- Woorden eindigen met d of t oefening 6
- Woorden eindigen met d, t of dt
- Woorden met t of th
- Woorden met ei of ij oefening 1
- Woorden met ei of ij oefening 2
- Woorden met ei of ij oefening 3
- Woorden met ei of ij oefening 4
- Eén of twee medeklinkers oefening 1
- Eén of twee medeklinkers oefening 2
- Eén of twee medeklinkers oefening 3
- Eén of twee medeklinkers oefening 4
- Eén of twee medeklinkers oefening 5
- Eén of twee medeklinkers oefening 6
- Eén of twee medeklinkers oefening 7
- Eén of twee medeklinkers oefening 8
- Eén of twee medeklinkers oefening 9
- Eén of twee medeklinkers oefening 10
- Eén of twee medeklinkers oefening 11
- Open lettergreep
- Landen
- Meervouden met -s
- Tweetekenklank
- Afkortingen
- Werkwoorden
- Steden
- Samengestelde woorden
- Dubbele medeklinker oefening 1
- Dubbele medeklinker oefening 2
- f wordt v / s wordt z
WISKUNDE
Bewerkingen
- Optellen tot 1000 zonder overbrugging oefening 1
- Optellen tot 1000 zonder overbrugging oefening 2
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de E oefening 1
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de E oefening 2
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de T oefening 1
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de T oefening 2
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de E en de T oefening 1
- Optellen tot 1000 met overbrugging bij de E en de T oefening 2
- Aftrekken tot 1000 zonder overbrugging oefening 1
- Aftrekken tot 1000 zonder overbrugging oefening 2
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T oefening 1
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T oefening 2
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de H oefening 1
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de H oefening 2
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T en de H oefening 1
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T en de H oefening 2
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T, de H en de D oefening 1
- Aftrekken tot 1000 met ontleding bij de T, de H en de D oefening 2
- Optellen en aftrekken tot 1000 zonder overbrugging
- Vermenigvuldigen HTE x E oefening 1
- Vermenigvuldigen HTE x E oefening 2
- Vermenigvuldigen TE x TE oefening 1
- Vermenigvuldigen TE x TE oefening 2
- Een breuk nemen van een hoeveelheid
- Kommagetallen tot op 0,01 oefening 1
- Kommagetallen tot op 0,01 oefening 2
- Kommagetallen tot op 0,01 oefening 3
- Kommagetallen optellen tot 20 oefening 1
- Kommagetallen optellen tot 20 oefening 2
- Kommagetallen aftrekken tot 20 oefening 1
- Kommagetallen aftrekken tot 20 oefening 2
- Vermenigvuldigen x5 x9 x11 x15
- Rekenkruiswoord kommagetallen
Getallenkennis
- Getallenrijen tot 1000 oefening 1
- Getallenrijen tot 1000 oefening 2
- Getallenrijen tot 1000 oefening 3
- Getallenrij
- Romeinse cijfers
Meetkunde
Metend rekenen
WERELDORIËNTATIE
Ruimte
- Steden en gemeenten
- Ontstaan van steden en gemeenten
- De provincies van België
- De hoofdsteden van de provincies van België
- Nederland
- Randstad
- Topografie Randstad
- Topografie Noord-Nederland
- Topografie Nederland oefening 1
- Topografie Nederland oefening 2
- Landbouw
- Water
Natuur
- Wetenschapsquiz 1
- Wetenschapsquiz 2
- Voeding
- Insecten
- Bloemen
- Wonen in een wijk
- Over de brug oefening 1
- Over de brug oefening 2
- Zaden
- Paddenstoelen en schimmels
- Organen
- Stuiteren
- Planten in de winter
- Lucht
- Bij de drogist
- In vuur en vlam
- Zuinig met energie
- We krijgen er een baby bij! oefening 1
- We krijgen er een baby bij! oefening 2
- Spieren
Tijd
- De prehistorie
- Romeinse tijd oefening 1
- Romeinse tijd oefening 2
- De Romeinen in ons land
- De Franken oefening 1
- De Franken oefening 2
- Het begin van de kersteningstijd
- De eerste kloosters
- Karel de Grote
- De Noormannen
- De kastelen
- De seizoenen
TAAL
Taalbeschouwing - Taalsignaal 5
- Thema 1: Onderwerp
- Thema 1: Onderwerp en werkwoordelijke gezegde
- Thema 1: Uitdrukkingen
- Thema 2: Verander het grondwoord
- Thema 11: Onderwerp
- Thema 11: Naamwoorden gezegde
- Thema 11: Werkwoorden
- Thema 12: Mode
- Thema 12: Onderwerp, persoonsvorm en gezegde
- Thema 12: Werkwoorden, onderwerp en gezegde
- Thema 15: Zelfstandige naamwoorden
- Thema 16: Onderwerp en gezegde
- Thema 16: Vrouwelijke woorden
- Thema 17: Naamwoordelijk of werkwoordelijke gezegde
Schrijven
- Woorden met c of k (1)
- Woorden met c of k (2)
- Woorden met t of th
- Woorden met ei of ij
- Woorden met au of ou
- Enkele of dubbele klinker of medeklinker
- De verleden tijd
- Voltooid deelwoord (1)
- Voltooid deelwoord (2)
Schrijven - Taalsignaal 5
- Thema 2: Vul de woordjes verder aan
- Thema 2: Woordjes correct schrijven
- Thema 2: Woordjes met i of ie
- Thema 3: Kies het juiste woord
- Thema 3: Woorden met -heid of -teit
- Thema 3: Woorden met -is of -isch
- Thema 4: Meervoud
- Thema 4: Meervouden van dieren
- Thema 4: Weglatingsteken
- Thema 6: Meervoud
- Thema 6: Weglatingsteken
- Thema 6: Woorden met ei
- Thema 6: Woorden met ie
- Thema 6: Woordjes
- Thema 7: De juiste tijd van het werkwoord
- Thema 7: Juiste werkwoordsvorm in tt
- Thema 9: Werkwoorden in tt of vt
- Thema 10: Woorden met act, ect, uct of ict
- Thema 10: Woorden met c of k
- Thema 11: Leenwoorden uit het Frans
- Thema 11: Woorden met com, con of k
- Thema 12: Het deelteken
- Thema 12: Persoonsvorm (in een andere tijd)
- Thema 12: Woorden met c of s
- Thema 14: Deelteken meervoud
- Thema 14: Leenwoorden uit het Engels
- Thema 14: Woorden met th of t
- Thema 15: Afkortingen
FRANS
EVENTAIL - JUNIOR Bien sûr
OEFENINGEN OM TE MAKEN
Unité 1:
|
oefening A: woorden correct invullen oefening B: correcte zinnen maken oefening C: zinnen juist rangschikken |
oefening D: ontbrekende woorden invullen oefening E: vul in: de of d' oefening F: zinnen maken (sleepoefening) |
Unité 2:
|
oefening A: vul aan met 'mon ...' of 'ma ...' oefening B: zeggen vanwaar iemand is oefening C: correcte zinnen maken oefening D: je, tu, il of elle |
oefening E: de correcte vorm van 'être' oefening F: zinnen juist rangschikken oefening G: zinnen maken (sleepoefening)
|
Unité 3:
|
oefening A: de juiste vorm van het b.n. oefening B: het juiste antwoord op een vraag oefening C: zinnen vertalen naar het Frans |
oefening D: woorden vertalen oefening E: zinnen maken (sleepoefening) |
Unité 4:
|
oefening A: correcte zinnen maken oefening B: woorden correct invullen oefening C: zinnen "vrouwelijk" maken |
oefening D: woorden vertalen oefening E: zinnen vertalen oefening F: zinnen maken (sleepoefening) |
Unité 5:
|
oefening A: correcte zinnen maken oefening B: zinnen ontkennend maken oefening C: woorden correct invullen oefening D: woorden vertalen |
oefening E: zinnen vertalen oefening F: zinnen maken (sleepoefening) oefening G: zinnen bij de juiste prent
|
Unité 6:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: woorden bij de juiste prent oefening C: zinnen maken (sleepoefening) |
oefening D: het meervoud van z.n. oefening E: zinnen vertalen oefening F: het b.n. op de juiste plaats |
Unité 7:
|
oefening A: woorden correct invullen oefening B: de juiste vorm van être oefening C: zinnen maken (sleepoefening) oefening D: welk antwoord bij welke vraag |
oefening E: zinnen vertalen oefening F: het juiste voorzetsel oefening G: où of ou oefening H: het juiste onderwerp |
Unité 8:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: quiz -stripfiguren in het Frans oefening C: de juist vorm van het b.n. oefening D: zinnen maken (sleepoefening) |
oefening E: schrijf in het meervoud (1) oefening F: schrijf in het meervoud (2) oefening G: zinnen vertalen
|
Unité 9:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: zinnen maken (sleepoefening) oefening C: van onbepaald ® bepaald lidwoord |
oefening D: van bepaald ® onbep.lidw. oefening E: het juiste vervolg oefening F: zinnen vertalen |
Unité 10:
|
oefening A: Qu'est-ce que c'est? oefening B: de correcte vorm van avoir oefening C: de juiste vorm van être of avoir |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 11:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: zinnen maken (sleepoefening) |
oefening C: Hoeveel euro? oefening D: ontkennend antwoorden |
Unité 12:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: aimer, chanter, porter oefening C: zinnen maken (sleepoefening) |
oefening D: kleding benoemen (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 13:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: écouter, poser, raconter oefening C: de juiste vorm van het b.n. |
oefening D: Wie is het? oefening E: zinnen maken (sleepoefening) oefening F: zinnen vertalen |
Unité 14:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: het juiste antwoord op een vraag oefening C: tu of vous? |
oefening D: de juiste vorm van s'appeller oefening E: zinnen maken (sleepoefening) oefening F: zinnen vertalen |
Unité 15:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: Hoe laat is het? oefening C: changer, arriver, regarder |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 16:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: de juiste vorm van aller oefening C: het juiste voorzetsel |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 17:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: getallen in cijfers (invuloef.) oefening C: getallen in cijfers (sleepoef.) |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 18:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: quel(s) of quelle(s)? oefening C: de juiste vorm van faire |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 19:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: quel temps fait-il? oefening C: het juiste bn. |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen
|
Unité 20:
|
oefening A: woorden vertalen oefening B: de juiste vorm van pouvoir oefening C: het juiste antwoord op een vraag |
oefening D: zinnen maken (sleepoefening) oefening E: zinnen vertalen |
VERTALINGEN:
WERELDORIËNTATIE
Natuur
- De dierenwereld
- Huidbedekking bij dieren
- Diersoorten
- Vogels van bij ons
- Milieuraadsel
- Wat weet je al over energie?
- Algemene plantenquiz
- Inheemse bomen
Ruimte
- De zonnequiz
- Weer en meetinstrumenten
- Belgische rivieren
- Hemellichamen
- Neptunus
- Breedte- en lengtecirkels
TAAL
Taalbeschouwing
- Welk woord hoort er niet bij?
- Woordbetekenis
- Zoek het juiste werkwoord
- Bijvoeglijke naamwoorden
- Tegengestelden
- Alfabetisch rangschikken (1)
- Alfabetisch rangschikken (2)
- Computertaal
- Verzamelnamen
- Vrouwelijk, zoek de vrouw!
- Samenstellingen (1)
- Samenstellingen (2)
- Homoniemen
- Synoniemen
Taalbeschouwing - Taalsignaal
Zinsontleding
- Zoek de persoonsvorm
- Welke soort zin is het?
- Zinnen, zinsdelen en woordsoorten
- Zinsdelen benoemen
- Duid het voorwerp aan!
- Maak een goede zin met alle woorden! (1)
- Maak een goede zin met alle woorden! (2)
- Maak een goede zin met alle woorden! (3)
- Zoek de bepalingen in elke zin!
- Infinitief of niet?
Zinsontleding - Taalsignaal
- Thema 2: Zoek het onderwerp
- Thema 6: Voorwerpen
- Thema 9: Zoek de persoonsvorm
- Thema 9: Bepalingen
- Thema 11: Bepalingen
- Thema 11: Bepalingen en voorwerpen
- Thema 11: Naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde
- Thema 12: Naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde
- Thema 12: Onderwerp, gezegde, voorwerp en bepaling
- Thema 12: Onderwerp, werkwoorden, bepalingen en voorwerpen
- Thema 12: Voorwerpen en bepalingen
- Thema 14: Mededelende of vragende zinnen
- Thema 15: Het onderwerp
- Thema 16: Werkwoorden en onderwerp
Woordsoorten
Woordsoorten - Taalsignaal
- Thema 7: Bijvoeglijke naamwoorden
- Thema 7: Zelfstandige naamwoorden
- Thema 9: Afleidingen
- Thema 9: Afleidingen en samenstellingen
- Thema 9: Vraagwoorden
- Thema 11: Signaalwoorden
- Thema 12: Bijvoeglijke naamwoorden
- Thema 12: Zelfstandig naamwoord of werkwoord?
- Thema 15: Woordsoorten
- Thema 17: Bepaling en voorwerpen
Begrijpend lezen
Spreekwoorden, zegswijzen en uitdrukkingen
- Vergelijkingen met dierennaam
- Cryptische spreekwoorden
- Zegswijzen
- Zet de juiste zegswijze bij de verklaring
Spreekwoorden, zegswijzen en uitdrukkingen - Taalsignaal
- Thema 12: figuurlijk, rijmen of superlatieven
- Thema 17: Spreekwoorden verklaren
- Thema 17: Spreekwoorden
Schrijven
- Woorden met c, k, s, cc of t
- Zoek de fout
- Taalfouten
- Verkleinwoorden
- Meervouden op -ie
- Afgeleide woorden
- Vreemde woorden
- Deelteken bij voltooid deelwoord
- Hoofdletters en leestekens
- Hoofdletters vergeten!
- Kies de juiste spellingswijze!
- Werkwoorden: de stam
- De verleden tijd
- Het voltooid deelwoord
- Werkwoorspelling (1)
- Werkwoordspelling (2)
- Werkwoorden in de Tegenwoordige tijd
Schrijven - Taalsignaal
WISKUNDE
Bewerkingen
- Rekentaal - hoofdrekenen
- Cijferen
- Hoofdrekenen (1)
- Hoofdrekenen (2)
- Hoofdrekenen (3)
- Hoofdrekenen (4)
- Hoofdrekenen (5)
- Verdelen
- Evenredig
- Winst en verlies
- Quotiënt schatten
- Deelbaarheid
- Kansberekening
- Gebroken getallen
- Ongelijke verdeling
- Breuken - Splitsen
Getallenkennis
- Getallenkennis tot 1 000 000 000
- Romeinse cijfers
- Decimale getallen ordenen
- Breuken ordenen
- Precent, breuk, decimaal getal
- Breuk - Percent splitsen
- Rijen
- Duizendtallen uitspraak
Meetkunde
Meten en metend rekenen
- Schatten
- Tijdsmaten
- Oppervlakte- en landmaten
- Schaalberekening
- Gemiddelde snelheid
- Ken je maat!
- Inhoudsmaten
- Formules
- Volumematen
- Meten op het strand
FRANS
EVENTAIL - JUNIOR Bien sûr
Frans inoefenen voor het 6de leerjaar
VERTALINGEN:
WERELDORIËNTATIE
Ruimte
Natuur
Tijd
- Algemene geschiedenisquiz
- Stammen
- De Romeinen in ons land
- De Franken
- Welke eeuw?
- Wat was er eerst? (Uitvingen)
- De vroegste tijden
- 15 November Koningsfeest
- Hoe wordt ons land bestuurd?
- Grieken en Romeinen
- Grieks-Romeins raadsel
- Karel de Grote en Godfried van Bouillon
- Jacob Van Artevelde en Karel V
- Beroemde personen
MUZISCHE VORMING
- Quiz Primitieve kunst
- Quiz Romaanse kunst
- Quiz Gotiek
- Quiz Barok
- Quiz Renaissance
- Quiz Impressionisme
- Quiz Expressionisme
- Quiz Moderne kunst
- Schilderkunst (1)
- Schilderkunst (2)
- Welke stad is het?
SOCIALE VAARDIGHEDEN